Home /Organisatie / Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Staat uw vraag niet in de lijst? Neem dan contact op met het Servicepunt Bouwen en Wonen.

Voor interne partijen is een speciale vraag en antwoordenlijst beschikbaar. U kunt de informatie opvragen bij de senior adviseur verbouwing en restauratie, de heer R.A Slotema.

Toon alles / Verberg alles

FAQ uit/inklappen Kan de bouwhistoricus ook mijn huis onderzoeken?

De bouwhistoricus onderzoekt alleen bouwwerken waarvoor aanleiding bestaat, dat wil zeggen een concreet bouw- of sloopplan.

FAQ uit/inklappen Ben ik verplicht om bouwhistorisch onderzoek te laten uitvoeren voorafgaand aan een ontwikkeling?

Ja, als de gemeente aangeeft dat het nodig is in verband met de te verwachten aantasting van monumentale waarden door de wijziging. De gemeente kan dit uiteraard alleen vragen voor onderdelen van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft.

FAQ uit/inklappen Wat is het gemeentelijk erfgoedbeleid?

Het gemeentelijk erfgoedbeleid is vastgelegd in de Nota Cultureel Erfgoed Leiden 2005-2015. De Nota bevat 43 beleidsvoornemens over de volgende thema’s:

  • het opnemen van cultuurhistorie in grote ruimtelijke ontwikkelingen
  • het beschermen en versterken van beschermde stadsgezichten
  • het duurzaam ontwikkelen en beschermen van monumenten
  • archeologisch, bouwhistorisch en architectuurhistorisch onderzoek
  • het delen van kennis met de Leidse burger en andere belangstellenden

De gemeente Leiden wil met dit beleid de cultuurhistorische kwaliteit van de stad optimaal benutten.

De Nota laat in navolging van landelijk beleid een verschuiving zien naar een meer gebiedsgerichte, ontwikkelingsgerichte benadering van cultureel erfgoed. Niet onwaarschijnlijk is dat in de toekomst steeds minder individuele monumenten worden aangewezen en dat cultuurhistorische waarden steeds meer worden verankerd in de ruimtelijke ordening en het welstandsbeleid. 

FAQ uit/inklappen Wat zijn de openingstijden van de expositie in het Archeologisch Centrum?

De expositie van Monumenten & Archeologie in het Archeologisch Centrum (Hooglandse Kerkgracht 17N) is geopend op:

  • Dinsdag tot en met vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur
  • Zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur

De expositie is gesloten op zon-, maan- en feestdagen: 30 april, 5 mei, Hemelvaart.

FAQ uit/inklappen Voor welke diensten kan ik als regiogemeente bij M&A terecht?

In de productencatalogus Monumenten & Archeologie vindt u een
overzicht van alle diensten die Monumenten & Archeologie kan leveren. Zie voor meer informatie de webpagina diensten voor de regio.

Toon alles / Verberg alles

FAQ uit/inklappen Hoeveel monumenten heeft Leiden?

Leiden telt ruim 1250 rijksmonumenten, 1550 gemeentelijke monumenten, 4550 beeldbepalende panden en 2 archeologische monumenten. Het centrum binnen de singels is de op één na grootste historische binnenstad van Nederland en bovendien aangewezen als beschermd stadsgezicht. Sinds 2011 kent Leiden bovendien een tweede beschermd stadsgezicht: de Zuidelijke Schil.

FAQ uit/inklappen Wat is het verschil tussen een rijksmonument en een gemeentelijk monument?

Een rijksmonument is een pand of gebied dat vanwege zijn schoonheid, wetenschappelijke en/of cultuurhistorische betekenis van nationaal belang is. Een rijksmonument moet tenminste vijftig jaar oud zijn. Rijksmonumenten worden aangewezen door de minister van OCW op grond van de Monumentenwet 1988.

Een gemeentelijk monument is een pand of gebied dat vanwege zijn schoonheid, wetenschappelijke en/of cultuurhistorische waarde van lokaal belang is. In tegenstelling tot rijksmonumenten kunnen gemeentelijke monumenten ook jonger dan vijftig jaar zijn. Gemeentelijke monumenten worden aangewezen door burgemeester en wethouders op grond van de Monumentenverordening.

Er is geen verschil in de inhoudelijke beoordeling van een rijksmonument of gemeentelijk monument in het geval van een eventuele wijziging (monumentvergunning); een rijksmonument is wat dat betreft dus niet belangrijker dan een gemeentelijk monument. Wel is de vergunningsprocedure voor rijksmonumenten langer dan voor gemeentelijke monumenten. Ook is er een verschil wat betreft subsidiemogelijkheden. Voor rijksmonumenten wordt dit landelijk geregeld door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Eigenaren van gemeentelijke monumenten komen mogelijk in aanmerking voor lokale subsidiemogelijkheden.

FAQ uit/inklappen Wat is het verschil tussen een monument en een beeldbepalend pand?

Een monument wordt aangewezen en beschermd onder de Monumentenverordening (gemeentelijk monument) of de Monumentenwet (rijksmonument). Beeldbepalende panden zijn – naast de monumenten – de dragers van de beeldkwaliteit van de historische stad. Beeldbepalende panden zijn geen monumenten. De aanwijzing en bescherming van beeldbepalende panden is geregeld via de opname van beeldbepalende panden in bestemmingsplannen. Doel is het behoud van het huidige straatbeeld. Bij beeldbepalende panden zijn daarom alleen het aanzicht van de gevels, zichtbaar vanaf de openbare weg en de kap beschermd. Het interieur, een bijgebouw en/of erfafscheiding valt, in tegenstelling tot monumenten, niet onder de bescherming.

FAQ uit/inklappen Wat is een beschermd stadsgezicht?

Beschermde stadsgezichten zijn groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn vanwege hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang of hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde. De bescherming richt zich niet direct op individuele panden maar op de (historische) karakteristiek en stedenbouwkundige structuur. Ze is bedoeld om de aanwezige (historische) kwaliteit van de openbare ruimte te bewaken en te bevorderen, ook bij noodzakelijke veranderingen.

Leiden kent twee van rijkswege beschermde stadsgezichten: Leiden binnen de singels en de Zuidelijke Schil, bestaande uit Vreewijk en Tuinstadwijk en delen van de Professoren- en Burgemeesterswijk en de Hoge Rijndijkbuurt. Leiden kent momenteel geen gemeentelijk beschermd stadsgezicht.

FAQ uit/inklappen Is mijn pand een monument?

In het monumentenregister van de gemeente Leiden kunt u nagaan of uw pand een monumentenstatus heeft.

FAQ uit/inklappen Wat doet de Monumentenselectiecommissie?

De Monumentenselectiecommissie adviseert het college van burgemeester en wethouders – gevraagd en ongevraagd – over de aanwijzing van gemeentelijke monumenten. De commissie komt ongeveer zes keer per jaar bij elkaar. De vergaderingen zijn openbaar. Meer informatie over de Monumentenselectiecommissie en de verslagen van de vergaderingen vindt u op de webpagina Monumentenselectiecommissie.

FAQ uit/inklappen Hoe ziet het advies van de Monumentenselectiecommissie eruit?

Het schriftelijk advies van de Monumentenselectiecommissie omvat over het algemeen: een inleiding over het gebied en de locatie waarin het object gelegen is, gevolgd door de waardestellende beschrijving van het exterieur en het interieur en een conclusie over de monumentale waarde. Deze waarde kan gelegen zijn in de stedenbouwkundige setting, de architectuur, de bouwhistorie of bijvoorbeeld de sociaal-culturele waarde van het object voor Leiden. De mate van gaafheid en uniciteit zijn daarbij van belang. Bij het schriftelijk advies van de commissie zijn foto’s van het betreffende object toegevoegd.

FAQ uit/inklappen Hoe wordt een object een monument of beeldbepalend pand?

De rijksoverheid en gemeenten kunnen objecten aanwijzen als beschermd monument of beeldbepalend pand. Vaak worden zij bijgestaan door een commissie van onafhankelijke deskundigen, die adviseert op basis van cultuurhistorische waarden.

Meer informatie over de aanwijzingsprocedure van rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, beeldbepalende panden en beschermde stadsgezichten vindt u op de webpagina aanwijzing.

FAQ uit/inklappen Vanaf welk moment is een object beschermd?

Gemeentelijke monumenten en gemeentelijke beschermde stadsgezichten zijn beschermd vanaf het moment dat het besluit tot aanwijzing door het college van burgemeester en wethouders is genomen.

Anders dan bij gemeentelijke monumenten geldt voor rijksmonumenten een voorbescherming. Zodra een object door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in procedure is gebracht en de eigenaar / belanghebbende en de gemeente hiervan op de hoogte zijn gebracht, geldt de voorbescherming. Het pand is nog geen monument, maar dient wel als een monument te worden behandeld. Dit betekent dat voor eventuele wijzigingen een vergunning noodzakelijk is.

FAQ uit/inklappen Als een object een monument is, wat is er dan allemaal beschermd?

Een veelvoorkomend misverstand is dat alleen de voorgevel is beschermd. De bescherming van gebouwde monumenten strekt zich bijna altijd uit tot het gehele pand, van voor- tot achtergevel en alles daar tussenin, inclusief het interieur.

Naast de gevels en het dak zijn onder andere de volgende elementen en structuren beschermd:

  • historische interieurs of onderdelen daarvan;
  • trappen;
  • balklagen;
  • schouwen;
  • oude structuren, etc.
FAQ uit/inklappen Kan iedereen een verzoek indienen om een object tot monument aan te wijzen?

In principe kan iedere belanghebbende een verzoek tot aanwijzing tot gemeentelijk monument indienen. Dit zijn bijvoorbeeld eigenaren maar ook erfgoedorganisaties (mits zij de bescherming van erfgoed o.g. in hun statuten hebben opgenomen) als STIEL, het Cuypersgenootschap, Bond Heemschut en de Historische vereniging Oud Leiden.

Monumenten van vóór 1940 kunnen alleen door de minister van OCW worden aangewezen als beschermd rijksmonument. Aanwijzingsverzoeken van derden zijn voor rijksmonumenten van vóór 1940 niet langer mogelijk. Derden kunnen wel suggesties doen voor aanwijzing van een pand. Monumenten die zijn vervaardigd na 1940 kunnen wel op verzoek van belanghebbenden en ambtshalve door de Minister als beschermd rijksmonument worden aangewezen. Meer informatie vindt u op de webpagina aanwijzing.

FAQ uit/inklappen Wat betekent de aanwijzing tot monument voor mij als eigenaar?

Aan een monument mogen niet zonder meer onderhoud-, bouw-, verbouw-, restauratie- of sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd. Voor het wijzigen van alle monumenten is een vergunning noodzakelijk.

Voor restauratie en onderhoud zijn vaak financiële regelingen beschikbaar. Meer informatie hierover vindt u op de webpagina subsidie.

FAQ uit/inklappen Is het verplicht een monument te onderhouden?

De bouwkundige staat van een object is uiteraard gebaat bij een goed gebruik, zo ook bij een monument. Leegstand is op de lange duur funest. Normaal onderhoud van ieder object (monument of niet) is in het (financiële) belang van de eigenaar.

Een basisniveau van onderhoud (monument of niet) wordt geregeld in de Woningwet. De Monumentenwet kent geen expliciete onderhoudsverplichting, maar geeft wel aan dat een monument niet mag worden ontsierd, in gevaar gebracht, of zodanig worden gebruikt dat het wordt aangetast.

FAQ uit/inklappen Is het verplicht een monument te restaureren?

Nee, uit de aanwijzing tot monument vloeit juridisch geen restauratieverplichting voort. Het object hoeft niet te worden teruggebracht in de oorspronkelijke (of tussenliggende) staat.

Toon alles / Verberg alles

FAQ uit/inklappen Ik wil een monument gaan wijzigen, hoe pak ik dat aan?

Voor wijziging van een monument is (bijna) altijd een vergunning nodig. In de vergunning wordt vastgelegd wat wel en niet gewijzigd kan worden. Informatie over de benodigde vergunning, de aanvraag en de duur van de procedure vindt u op de webpagina vergunningen.

FAQ uit/inklappen Wanneer heb ik een vergunning nodig?

De gemeente Leiden zet zich in voor een zorgvuldige omgang met de waardevolle historische kwaliteiten in de stad. Bij ontwikkelingsplannen voor een monument of een historische locatie (wanneer u een monument of historische locatie wijzigt) moet u daarom meestal een vergunning aanvragen. In het kader van een vergunningaanvraag beoordeelt de gemeente of de historische waarden in het plan voldoende gerespecteerd worden. Bij normaal onderhoud, waardoor het monument niet wijzigt, is meestal geen vergunning vereist.

Meer informatie over vergunningen en vergunningsvrije werkzaamheden vindt u op de webpagina vergunningen.

FAQ uit/inklappen Waar vraag ik een vergunning aan?

Voor het aanvragen van een vergunning kunt u terecht bij het digitaal loket van de gemeente Leiden en bij het Servicepunt Bouwen en Wonen.

FAQ uit/inklappen Wat moet ik indienen bij een vergunningaanvraag?

Welke tekeningen of andere documenten u bij een vergunningaanvraag moet indienen, hangt af van de aard van de vergunningaanvraag. De indieningsvereisten voor rijks- en gemeentelijke monumenten vindt u in het document indieningsvereisten rijks- en gemeentelijke monumenten.

De indieningsvereisten voor archeologie (aanlegactiviteiten binnen de omgevingsvergunning) vindt u in het document indieningsvereisten omgevingsvergunning voor aanlegactiviteiten.

FAQ uit/inklappen Hoe lang duurt de behandeling van een vergunningaanvraag?

De duur van de behandeling hangt af van de aard van de vergunningaanvraag. De omgevingsvergunning kent twee vergunningprocedures: de reguliere voorbereidingsprocedure voor gemeentelijke monumenten en aanlegvergunningen op grond van het bestemmingsplan (o.a. archeologie) en de uitgebreide voorbereidingsprocedure voor rijksmonumenten en sloop binnen het beschermd stadsgezicht. Afhankelijk van de overige werkzaamheden is het mogelijk dat ook voor een gemeentelijk monument een uitgebreide procedure moet worden gevolgd.

Specifieke informatie over de duur en het verloop van de vergunningprocedure vindt u op de deelpagina’s vergunning rijksmonument, gemeentelijk monument, beeldbepalend pand, beschermd stadsgezicht, archeologie en bij het loket van de gemeente Leiden.

FAQ uit/inklappen Hoe en wanneer kan ik mijn bezwaren tegen een vergunning indienen?

Alleen belanghebbenden (zoals eigenaren en stichtingen die behoud van het erfgoed o.g. in hun statuten hebben opgenomen) kunnen bezwaren indienen tegen een vergunning. Informatie over het indienen van bezwaar en beroep vindt u in het document Bezwaar en beroep.

FAQ uit/inklappen Ik wil een monument onderhouden, wanneer heb ik een vergunning nodig?

Voor normaal onderhoud, waardoor het monument niet wijzigt, is geen vergunning vereist. Bijvoorbeeld het licht opschuren en schilderen in dezelfde kleur, het vervangen van kapotte ruiten, het opstoppen van rieten daken of het vervangen van gebroken dakpannen. Hierbij geldt dat het verfsysteem, het type glas en de dakpannen gelijk dienen te zijn aan het bestaande werk.

Voor werkzaamheden die verder gaan dan normaal onderhoud is een vergunning nodig. Bijvoorbeeld in het geval van het geheel verwijderen van de oude verflagen en daarna schilderen in een afwijkend verfsysteem. Ook het vervangen van voegwerk, vervangen van kozijnen of delen daarvan, vervangen van glas door isolatieglas, vervangen van dakpannen en het reinigen van een gevel zijn ten alle tijden vergunningplichtig. Bij twijfel of de werkzaamheden onder normaal onderhoud vallen kunt u contact op te nemen met Monumenten & Archeologie via het Servicepunt Bouwen en Wonen.

 

FAQ uit/inklappen Ik wil een monument gaan onderhouden en/of restaureren, kan ik mijn plannen voorbespreken met de gemeente?

Dit kan en wordt zelfs aangeraden om een soepel planproces te bevorderen. Hiermee kunnen obstakels in het vergunningsproces worden voorkomen. Voor meer informatie of het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het Servicepunt Bouwen en Wonen.

FAQ uit/inklappen Ik wil een monument gaan schilderen, mag dat zonder vergunning?

Het overschilderen in dezelfde kleur met hetzelfde verfsysteem is in de meeste gevallen zonder vergunning toegestaan. Voor het schilderen in een andere kleur en met een afwijkend verfsysteem is meestal een vergunning nodig omdat u hiermee het aanzicht van het monument en mogelijk de vochthuishouding van de gevel of het kozijn wijzigt.

Wij raden u aan om van te voren contact op te nemen met het Servicepunt Bouwen en Wonen, om na te gaan of in uw geval een vergunning nodig is.

FAQ uit/inklappen Ik wil in een monument een moderne wand/plafond verwijderen, mag dat?

Ook moderne onderdelen in een monument kunnen behoudenswaardig zijn. Het is mogelijk dat deze onderdelen oude structuren in beeld brengen of dat ze zijn aangebracht om monumentale elementen te beschermen. Voor iedere wijziging aan een monument is daarom een vergunning nodig.

FAQ uit/inklappen Waar kan ik informatie vinden over de architectuur of bouwhistorie van een monument?

Het is mogelijk dat er naar uw pand een bouwhistorisch of architectuurhistorisch onderzoek is uitgevoerd. U kunt via het Servicepunt Bouwen en Wonen contact opnemen met Monumenten & Archeologie om te informeren of een dergelijk onderzoek bij de gemeente beschikbaar of bekend is.

Voor informatie over rijksmonumenten kunt u ook terecht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Via hun website kunt u contact opnemen met hun archief en bibliotheek. Indien er geen informatie voorhanden is, kunt u zelf een bouwhistorisch of architectuurhistorisch bureau inschakelen om een onderzoek naar de historie van uw pand te doen.

FAQ uit/inklappen Voor welke werkzaamheden kan ik subsidie krijgen?

De gemeente Leiden kent een subsidieregeling voor het gebouwd erfgoed: de Subsidieregeling Historisch Stadsbeeld. Daarnaast kunt u voor restauratie en onderhoud subsidie of een lening aanvragen via het Nationaal Restauratiefonds, het Cultuurfonds voor Monumenten Zuid-Holland of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Voor archeologisch onderzoek is geen subsidie beschikbaar.

Meer informatie over de werkzaamheden waarvoor u subsidie of een lening kunt aanvragen, vindt u op de webpagina subsidie.

FAQ uit/inklappen Kan ik ook subsidie krijgen voor een beeldbepalend of historisch pand (zonder monumentenstatus)?

Voor historische panden binnen de twee rijksbeschermde stadsgezichten Leiden binnen de singels en de Zuidelijke schil (waaronder beeldbepalende panden) is voor de volgende categorieën subsidie beschikbaar:

  • de restauratie of reconstructie van historische winkelpuien
  • de reconstructie van historische kleuren op gevels
  • de toepassing van gevelreclame volgens het Modellenboek Gevelreclame
  • de restauratie of reconstructie van monumentale onderdelen in de openbare ruimte

Voor het aanvragen van subsidie en meer informatie over subsidiepercentages en bedragen kunt u terecht bij het digitaal loket van de gemeente Leiden en bij het Servicepunt Bouwen en Wonen.

FAQ uit/inklappen Waar vraag ik subsidie aan?

De gemeente Leiden kent een subsidieregelingen voor het gebouwd erfgoed: de Subsidieregeling Historisch Stadsbeeld. Voor het aanvraagformulier en meer informatie over subsidiepercentages en bedragen kunt u terecht bij het digitaal loket van de gemeente Leiden en bij het Servicepunt Bouwen en Wonen.

De aanvraag voor een lening met lage rente via het Cultuurfonds voor Monumenten Zuid-Holland loopt via de gemeente. U kunt hiervoor contact opnemen met het Servicepunt Bouwen en Wonen. Op de websites van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het Nationaal Restauratiefonds vindt u meer informatie over de aanvraag van subsidie en leningen via de betreffende organisaties.

Zie voor meer informatie over financieringsmogelijkheden en de aanvraag van subsidie en leningen ook de webpagina subsidie.

Toon alles / Verberg alles

FAQ uit/inklappen Mijn ontwikkelingslocatie ligt in een archeologisch waardevol gebied. Wat betekent dit voor mij?

In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen met betrekking tot de maximaal toegestane grondverstoring. Worden deze oppervlakte- en dieptegrenzen overschreden dan moet er een vergunning worden aangevraagd. Voorafgaand aan het aanvragen van de vergunning kan er inventariserend archeologisch onderzoek worden verlangd. Aan de vergunning kunnen voorwaarden worden gekoppeld die erop gericht zijn om de archeologische resten te  beschermen: in de grond (door aanpassing van het bouwplan) of door de resten op te graven.

Het is verstandig om voordat u een bouwplan indient in vooroverleg te treden met de gemeente zodat u van te voren weet welke maatregelen er in uw geval nodig zijn. Dit scheelt tijd en vaak ook geld.

FAQ uit/inklappen Welke vormen van archeologisch onderzoek zijn er?

Er zijn verschillende soorten archeologisch onderzoek. Deze onderzoeken worden in verschillende fasen van een project toegepast.

Vaak is het bureauonderzoek de eerste stap in het archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek dient in de eerste plaats om aan te geven wat de archeologische verwachting van een gebied is. Ook moet het inzicht geven in hoe een bouwplan de archeologische waarden in het plangebied zal verstoren. Daartoe wordt een samenvatting gegeven van wat er ten aanzien van archeologie bekend is. Dit gebeurt van achter het bureau, op basis van archeologische rapporten en kaartmateriaal.

Met het inventariserend veldonderzoek wordt gecontroleerd of de archeologische verwachting daadwerkelijk klopt. Dit gebeurt door het uitvoeren van grondboringen of het graven van proefsleuven. Dit onderzoek resulteert in een onderzoeksrapport waarin ook een indicatie van de waarde van de archeologische resten is opgenomen.

Zodra met zekerheid bekend is wat er waar in de grond zit, wordt besloten hoe hier mee om moet worden gegaan. In veel gevallen is het nodig dat de archeologische resten worden opgegraven We spreken in zo’n geval van een definitief onderzoek (archeologische opgraving). In andere gevallen worden de grondwerkzaamheden archeologisch begeleid. Deze vorm van onderzoek is veel minder intensief en kost daarmee minder tijd. Tot slot kan ook besloten worden om de archeologische resten in de bodem - in situ - te beschermen. In dat geval is geen archeologisch onderzoek nodig en wordt het bouwplan aangepast.

FAQ uit/inklappen Wie kan archeologisch onderzoek uitvoeren?

Bedrijven die archeologische diensten en werkzaamheden uitvoeren kunnen grofweg ingedeeld worden in drie groepen:

  • Adviesbureau’s, vooral op het gebied van planbegeleiding, diverse vormen van vooronderzoek en de organisatie van archeologische projecten;
  • Opgravingsbedrijven, gespecialiseerd in het uitvoeren van archeologisch veldwerk, zowel inventariserend veldonderzoek als opgravingen;
  • Technische en specialistische dienstverleners, vooral op het gebied van laboratorium analyses, materiaalonderzoek, conservering en restauratie en presentatie.

Archeologisch veldonderzoek mag niet door iedereen worden uitgevoerd. Hiervoor heeft een archeologische instelling een vergunning nodig, die verleend wordt door de minister van OC&W.

De complete lijst van gecertificeerde bedrijven en instellingen staat op de website van de SIKB, www.sikb.nl. Bedrijven en instellingen bevoegd tot het uitvoeren van booronderzoek, proefsleuvenonderzoek en opgravingen zijn ook terug te vinden op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

FAQ uit/inklappen Wie betaalt de kosten van archeologisch onderzoek?

De kosten die voortvloeien uit het doen van archeologisch onderzoek en de naleving van de vergunning/ontheffingvoorschriften zijn voor rekening van de vergunning/ontheffinghouder. Dat is een uitvloeisel van het principe in de Monumentenwet dat de verstoorder betaalt voor het behoud van archeologische waarden.

FAQ uit/inklappen Kan ik subsidie krijgen voor archeologisch onderzoek?

Nee, in principe niet. Omdat de wet op de archeologische monumentenzorg uitgaat van het principe: 'de verstoorder betaalt'  is er geen subsidie mogelijk. Bij zeer bijzondere vondsten die hoge kosten met zich meebrengen is het raadzaam om contact op de nemen met de gemeente of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

FAQ uit/inklappen Ik heb bij toeval een archeologische vondst gevonden. Moet ik nu iets doen?

Als er archeologische resten worden aangetroffen dient dit op grond van artikel 53 van de Monumentenwet onmiddellijk te worden gemeld aan de Minister van OC&W, door tussenkomst van de Unit Monumenten en Archeologie van de gemeente, tel. nr. 071-5167950.

De vondst dient gedurende 6 maanden, te rekenen vanaf de datum van de melding, ter beschikking te worden gesteld of gehouden voor wetenschappelijk onderzoek.

Als het gaat om toevalsvondsten (dus geen vondsten bij opgravingen) dan verkrijgen de vinder en de eigenaar van de grond de gezamenlijke eigendom. Dat vloeit voort uit artikel 13 van boek 5 van het BW.

FAQ uit/inklappen Wie wordt eigenaar van de zaken die tijdens opgravingen worden gevonden?

In artikel 50 van de Monumentenwet is bepaald wie eigenaar wordt van de roerende monumenten die zijn gevonden bij het doen van opgravingen en waarop niemand zijn recht van eigendom kan bewijzen. Dat is in principe de provincie waar zij zijn gevonden. Wanneer de gemeente echter een eigen depot heeft, wordt de gemeente eigenaar.

Artikel 50 Monumentenwet is een bijzondere regeling die voor gaat op de algemene regeling in artikel 13 van boek 5 van het Burgerlijk wetboek. Als er nog iemand is die zijn eigendom van de roerende monumenten kan bewijzen dan wordt deze eigenaar. De woorden ‘en waarop niemand zijn recht van eigendom kan bewijzen’ hebben dus betrekking op de eigenaar van de monumenten en niet op de eigenaar van de grond waarin die monumenten zijn gevonden. Zie ook artikel 13 van boek 5 van het BW waarin wordt gesproken van een zaak van waarde die zolang verborgen is geweest dat daardoor de eigenaar niet meer kan worden opgespoord.