Oude site
Het studieboek voor het examen tot chirurgijn
Leerling-chirurgijnen lieten zich in de zeventiende eeuw inschrijven bij een meester-chirurgijn en betaalden hier zelfs een soort leergeld voor, het 'intreede-geld'. Als de meester na een jarenlange leerperiode zijn leerling toelating verleende tot het chirurgijnsexamen, stond deze een zware taak te wachten.
Het examen bestond uit twee delen. Voor het eerste deel, het praktijkexamen, had de leerling-chirurgijn hopelijk tijdens de praktijkoefeningen voldoende kennis opgedaan. We weten dat dit deel van het examen onder andere bestond uit het vervaardigen en slijpen van snijmateriaal. Het tweede deel, het theorie-examen, lijkt in de zeventiende eeuw sterk onder de invloed te hebben gestaan van de universitaire wereld. Een wereld die haar grenzen bleef uitbreiden.
Het examen werd sinds het Leidse gilde over zijn eigen kamer beschikte, niet op de universiteit afgenomen. Toch tonen deze examens veel overeenkomsten met de latere universitaire examens. De geleerde stof afkomstig uit examenboeken werd meestal getoetst door de stadsdoctor, de hoofdman van het gilde en het stadsbestuur. Als het diploma werd behaald, kon de chirurgijn de 'beckens uithangen'. Dit was de benaming voor het gebruik dat de chirurgijn nu aderlaatbekkens buiten zijn winkel mocht ophangen. Zo liet hij zien dat hij niet alleen als bijvoorbeeld barbier, maar ook als chirurgijn werkzaam was. (ME)


