Home /Onderzoek / De verdwijning

De verdwijning van een collectie

“Bij het betreden van deze kamer is het noodzakelijk dat u een sterke maag heeft. Mijn collega’s en ik zijn natuurlijk gewend geraakt aan de weeïge geur van rottend vlees, die deze kamer geregeld heeft gevuld. Het lijkt mij ook van belang dat u zich realiseert onder welke invloeden mijn beroep en onze chirurgijnskamer zich hebben ontwikkeld. Pas dan kunt u begrijpen waarom het chirurgijnsgilde aan het einde van de zeventiende eeuw, veel te vroeg, deze kamer weer heeft moeten verlaten.

De Tachtigjarige Oorlog zorgde in onze glorieuze zeventiende eeuw voor veel
slachtoffers en gewonden. Voor mij waren dit, dankzij de vele chirurgische ingrepen die nodig waren, natuurlijk drukke tijden. Universiteiten ontwikkelden zich in deze tijd in de grote steden snel als nieuwe plaatsen van onderzoek naar het menselijk lichaam. De nieuwe instellingen genoten veel erkenning, iets dat veel van mijn collega’s moeilijk konden begrijpen. De universiteiten overdonderden studenten met theorieën, maar waar kan men nu eigenlijk beter leren snijden dan in de praktijk?

Enfin, het strikte beleid van deze machtige instituten, vooral wat betreft hygiëne, droeg bij aan het feit dat ik met mijn gilde steeds minder serieus werd genomen.

Uiteindelijk hebben we onder dit nieuwe, strenge regime de Waag toch moeten verlaten. De stukken uit onze collectie, die u zo zult kunnen bewonderen, zijn hierdoor verspreid zijn geraakt over Leidse musea en universiteitsgebouwen.”