- Ga direct naar: inhoud, hoofdnavigatie, service menu, zoeken
Het ontstaan van een nederzetting
De naam ‘Leithon’ duikt voor het eerst op in een document uit 930. De naam betekent zoveel als ‘waterloop’ of ‘aan het water’. ‘Leithon’ zal dus waarschijnlijk in een waterrijk gebied gelegen hebben. Waar precies weten we niet. Onduidelijk is ook of de woonkern uiteindelijk uitgroeit tot het huidige Leiden.
De Burcht
Wel zeker is dat in de negende eeuw op de plaats waar de Oude en Nieuwe Rijn samenkomen door mensen een heuvel wordt opgeworpen: het begin van de Burcht. Vanaf het midden van de twaalfde eeuw wordt de heuvel bekroond met een ringmuur en een – nu verdwenen – toren.
Bewoning aan de Rijndijk
Het lijkt erop dat er al aan het begin van de elfde eeuw een nederzetting ontstaat aan de Rijn. Zeker is dat zich in de twaalfde eeuw een marktplaatsje ontwikkelt. De eerste bewoners van Leiden vestigen zich op de zuidoever van de Rijn. Met huisvuil wordt de oever opgehoogd zodat een dijk ontstaat. De Breestraat volgt nog ongeveer de loop van deze vroegere rivierdijk. Het centrum van de nederzetting ligt ter hoogte van het huidige stadhuis.
Kruispunt van wegen en water
De plek waar Leiden ontstaat is aantrekkelijk vanwege de ligging op een kruispunt van (handels)wegen en waterlopen. De nabijgelegen Burcht biedt bovendien bescherming tegen aanvallen en wateroverlast.
Graven van Holland
Aan de zuidzijde van de Rijn laat graaf Floris II in de twaalfde eeuw een grafelijke hofstede bouwen. Bij de woning komt ook een hofkapel, gewijd aan de apostelen Petrus en Paulus. Het is de voorloper van de Pieterskerk. Rond 1200 bouwen de graven een versterkte toren, die mogelijk ook dienst doet als gevangenis: het Gravensteen. De regelmatige aanwezigheid van de graven van Holland maakt de nabijgelegen nederzetting aan de Rijn nog aantrekkelijker om te wonen. Leiden groeit.

