- Ga direct naar: inhoud, hoofdnavigatie, service menu, zoeken
Groei en bloei in de zeventiende eeuw
Na het Ontzet in 1574 begint Leiden aan een grote bloeiperiode. De lakennijverheid krijgt een enorme impuls door de komst van vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden. De komst van immigranten leidt tot een bevolkingsexplosie: binnen veertig jaar na het beleg en het ontzet is de bevolking verviervoudigd tot bijna 45.000 mensen.
Opnieuw stadsuitbreiding
Het stadsbestuur laat elk leeg stukje in de stad volbouwen. Op de achtererven van grote huizen worden steegjes met kleine arbeidershuisjes gebouwd; de zogenaamde poorten. Het is niet genoeg. In 1611 wordt opnieuw besloten tot stadsuitbreiding. Aan de noordkant worden de Morssingel, Rijnsburgersingel en Maresingel aangelegd. Een goede verdediging van het nieuwe stadsdeel is van groot belang, de Tachtigjarige Oorlog is immers nog aan de gang. In plaats van muren met torens worden er nu aarden wallen met bolwerken aangelegd. Deze verdedigingstechniek biedt een betere bescherming tegen de nieuwe vuurwapens.
Groei van Leiden, 1386 tot 1659, film Echo Design
Arbeidershuizen
In de nieuwe uitbreiding komen veel arbeidershuizen. Ook de Stadstimmerwerf en de lakenhal krijgen er een plaats. In 1644 en 1659 volgen nog twee uitbreidingen aan de oostzijde van de stad, omgrenst door de Herensingel, Zijlsingel en Zoeterwoudsesingel. De nieuwe stadswijken worden vooral volgebouwd door investeerders. Deze laten rijen van dezelfde huizen bouwen. De lonen en de arbeidsomstandigheden van de verschillende thuiswerkers in de lakenindustrie verschillen en dus ook de grootte en de indeling van het huis. De breedte van de gracht is weer afhankelijk van welk type huis er is gepland. Zo ontstaat achter de Herengracht een hele wijk die is aangelegd vanuit het productieproces van de lakenindustrie. Dit is één van de oudste industriële productielandschappen in Europa.
Representatie
De Marekerk met de indrukwekkende koepel en de nieuwe stadspoorten tonen de zeventiende-eeuwse reiziger de welvaart van Leiden. De Leidenaren laten hun voorspoed graag zien. In de stad verschijnen overal nieuwe gebouwen of worden oudere panden verfraaid. Rijke kinderloze Leidenaren gebruiken hun kapitaal om na hun dood een hofje te stichten voor hulpbehoevende stadsgenoten.
Renaissancevormen
Aan het eind van de zestiende en begin zeventiende eeuw worden veel representatieve Leidse gevels ontworpen in de nieuwe renaissancevormen. Het middeleeuwse stadhuis en het Gemeenlandshuis krijgen mooie renaissancegevels, net als Latijnse School en het woonhuis van de stadstimmerman aan het Galgewater.
Hollands classicisme
In 1638 wordt de pas 28 jaar oude Arent van ’s-Gravesande aangesteld als stadsarchitect. Het stadsbestuur kiest hiermee voor een nieuwe bouwstijl voor de stad: het Hollands classicisme. Tussen 1638 en 1655 ontwerpt Van ’s-Gravesande onder andere de lakenhal, de Bibliotheca Thysiana en de Marekerk. Hij ontwikkelt een eigen Leids geveltype dat bij veel nieuwe woonhuizen wordt toegepast. Zijn ontwerpen zijn populair en worden door andere Leidse ontwerpers gebruikt. Van ’s-Gravesande drukt hiermee een grote stempel op het zeventiende-eeuwse stadsbeeld. Zijn leerling Willem van der Helm is ook een belangrijke stadsarchitect. Beeldbepalend zijn onder andere zijn vijf nieuwe stadspoorten en de Vierschaar bij het Gerecht.

