- Ga direct naar: inhoud, hoofdnavigatie, service menu, zoeken
De stad groeit
Rond 1200 krijgt de kleine nederzetting een stedelijk karakter. Wanneer Leiden ‘officieel’ stad wordt, is onduidelijk. Het oudste document dat iets vertelt over stadsrechten komt uit 1266. Hierin bevestigt graaf Floris V de stedelijke rechten die al eerder aan Leiden zijn geschonken.
Regionaal marktcentrum
Het vroege Leiden groeit uit tot het regionale marktcentrum voor Rijnland. De inwoners leven van handel en nijverheid. Het is het begin van de textielindustrie: al in 1275 bevestigt Leiden keurmerken aan haar lakens. De komende eeuwen zal Leiden lakenstad blijven.
Verdediging
De strijd om de opvolging van Graaf Dirk VII wordt in 1203 en 1204 uitgevochten rond de Burcht. Leiden is een belangrijke stad geworden in het graafschap Holland. De Burcht alleen is niet meer genoeg om de stad te beschermen. Rond 1250 worden de eerste verdedigingsgrachten gegraven: het tegenwoordige Rapenburg en het Steensschuur.
Stadsuitbreiding
Aan het eind van de dertiende eeuw is Leiden zo gegroeid dat stadsuitbreiding nodig is. Aan de oostkant van de Burcht, op het Waardeiland, wordt extra grond bij de stad getrokken. De uitbreiding wordt beschermd met een nieuwe vestgracht ter hoogte van de tegenwoordige Hooigracht. De inwoners van het Waardeiland bouwen hier voor zichzelf een kapelletje: de voorloper van de Hooglandse Kerk.
Groei van Leiden, 1250 tot 1386, film Echo Design
Marendorp
Het gaat Leiden economisch voor de wind. De bevolking groeit en al snel is een tweede stadsuitbreiding nodig. Rond 1350 wordt de nederzetting Marendorp, op de noordoever van de Rijn, bij Leiden gevoegd en omvest. De bewoning in het nieuwe stadsdeel concentreert zich aan de noordelijke Rijndijk, de tegenwoordige Haarlemmerstraat. Leiden breidt gelijktijdig nogmaals aan de oostzijde uit, tot aan de huidige Herengracht.
Drieëndertig waltorens
In 1386 volgt de laatste grote middeleeuwse uitbreiding aan de zuid- en westzijde van de stad. De stadsmuur rond Leiden vormt dan bijna een cirkel. In 1462 voltooit men de muur rond de laatste uitbreiding. Het middeleeuwse Leiden wordt nu beschermd door een hoge muur met maar liefst drieëndertig halfronde waltorens. Tot 1611 is er voldoende ruimte voor de groeiende bevolking en de lakennijverheid.
Verstening
Steen als bouwmateriaal is tot de dertiende eeuw zeldzaam. Huizen zijn van hout met rieten daken. Door de groeiende welvaart worden vanaf het midden van de veertiende eeuw diverse gebouwen in steen herbouwd en vergroot. De Hooglandse Kerk, de Vrouwekerk en de Pieterskerk worden in twee eeuwen verbouwd tot grote gotische kruiskerken. Aan de Breestraat verrijst het eerste stenen stadhuis met vleeshal en wanthuis (hier worden de lakens gekeurd). Vanaf het midden van de vijftiende eeuw eist het stadsbestuur dat ook alle woonhuizen stenen voor- en zijgevels hebben. Houten huizen zijn brandgevaarlijk in de inmiddels dichtbebouwde stad.
Stagnatie
In de zestiende eeuw stagneert de economische voorspoed. De uitbreidingen van de Hooglandse Kerk en de Pieterskerk moeten voortijdig worden gestaakt, omdat de geldkist leeg is.
