Tevelinghof

Gemeente Leiden afbeelding
Tevelinghof, foto Peter Horree

Adres:        4e Binnenvestgracht 7
Datering:   1666-1667
Architect:   Willem van der Helm
Status:       rijksmonument

Het Tevelinghofje dateert uit 1666. Het wordt gesticht door de gebroeders Charles en Jacob Tevel. Charles Teveling was koopman en vrijgezel. Tijdens de pestepidemie van 1655 laat hij een testament opmaken. Daarin bepaald hij dat als zijn broer Jacob vóór hem zal overlijden, zonder kinderen na te laten uit een tweede huwelijk – uit eerste nog durende huwelijk heeft Jacob één gehandicapte zoon - er een hofje met twaalf huisjes gesticht zal worden. Het moet bewoond worden door “eerlycke ende nugtere egte luiden, zonder kinderen zijnde ... boven de veertig jaren oud, ende professie van de Gereformeerde Religie doende…”.

Eerste steen

Jacob overleeft zijn broer en tot een tweede huwelijk komt het niet. Het hofje hoeft dus niet meer gebouwd te worden. Desalniettemin stappen Jacob en zijn vrouw in 1661 naar de notaris om alsnog het hofje te stichten. Aan de oorspronkelijke twaalf huisjes voegen zij bovendien nog acht huisjes toe. Ook bepaalt Jacob dat zijn “conterfeytsel tot aller tyden” in het hofje zal moeten hangen. Vijf jaar later legt zijn zoon de eerste steen. Stadsarchitect Willem van der Helm maakt het ontwerp voor het hofje; zijn opvolger Anthony Breetvelt rondt de bouw af.

Ruitvormig

Het hofje staat op een ruitvormig kavel in de stadsuitbreiding van 1659. Van der Helm maakt optimaal gebruik van de beschikbare ruimte: alles in het hofje is ruitvormig. Hij laat zelfs ruitvormige plavuizen maken voor de hal van het poortgebouw. De bijzondere vorm dwong en dwingt bewondering af: “Wel scheef en schuin gemaakt, doch echter door verstand, zeer net in den haak, met twintig huizen in ’t vierkant”, wordt bij het honderdjarig bestaan van het hofje gedicht.

Bier, brood en turf

Het hofje is één van de rijkste hofjes van Leiden. De bewoners krijgen ‘preuven’ in de vorm van bier, brood en turf en 50 gulden per jaar voor een ‘vrolijke maaltijd’. De regenten ontvangen 100 gulden per jaar evenals de portier.

De regentenkamer ademt nog de sfeer zoals die na de renovatie in 1783 geweest moet zijn. Aan de wand hangen nog altijd de portretten van de stichters en hun familieleden, precies zoals Jacob dat wilde.

Monument 21d uit de historische canon van Leiden