- Ga direct naar: inhoud, hoofdnavigatie, service menu, zoeken
Onze-Lieve-Vrouwekerk

- Onze-Lieve-Vrouwekerk, foto Wilbert Devilee
Locatie: Muurresten nog aanwezig op Vrouwenkerkplein
Datering: 14de eeuw. Gedeeltelijk gesloopt in 1819
Status: rijksmonument
Leiden kende voor de reformatie drie grote parochiekerken: de Pieterskerk, Hooglandse Kerk en de Onze-Lieve-Vrouwekerk. De Pieterskerk en Hooglandse Kerk torenen nog altijd boven de stad uit, de Onze-Lieve-Vrouwekerk is inmiddels verdwenen. De kerk lag oorspronkelijk aan de Haarlemmerstraat. Ze wordt in 1820 gesloopt. Nu resten nog enkele stukken muur op het Vrouwenkerkplein, achter de Haarlemmerstraat. In 2003 ontdekken bouwhistorici overblijfselen van de kerkmuren in de aangrenzende huizen in de Vrouwenkerksteeg en de Haarlemmerstraat.
Vrouwekapel
Op de plaats van de Vrouwekerk wordt waarschijnlijk rond 1300 een stenen kapelletje gesticht, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouwe. De Vrouwekapel doet dienst als ‘dorpskerk’ van het nog zelfstandige Marendorp en hoort in eerste instantie bij de parochie Oegstgeest.
Leidse parochiekerk
Al rond 1330 wordt begonnen met een grote uitbreiding van de kapel. Nog tijdens de verbouwingsfase, rond 1350, wordt Marendorp geannexeerd door Leiden. In 1365 wordt de Vrouwekerk officieel gewijd als Leidse parochiekerk. De Onze-Lieve-Vrouweparochie beslaat de noordwestelijke hoek van de stad en nog een gebied buiten de stadsgrenzen. De Rijn en de Mare vormen grofweg de grens. Rond 1400 en aan het begin van de zestiende eeuw wordt de Vrouwekerk nog tweemaal vergroot.
Waalse kerk
In de late zestiende eeuw vormt zich in Leiden een groeiende groep Waalse vluchtelingen. Het zijn Franstalige protestanten die hopen in Holland gevrijwaard te zijn van vervolging. In 1584 stelt het stadsbestuur de Vrouwekerk ter beschikking aan de Waalse kerkgemeente. De kerk heet in het vervolg dan ook wel de Franse of Waalse kerk.
Sloop
In 1819 besluit het stadsbestuur tot sloop van de Vrouwekerk. Het gebouw is te bouwvallig geworden om te kunnen functioneren. De Waalse gemeente krijgt voortaan een vast onderkomen in de voormalige kapel van het Catharinagasthuis aan de Breestraat. De kerktoren uit circa 1350 mag nog even blijven staan, maar in 1838 wordt ook deze gesloopt. Op het vrijgekomen terrein worden meteen na de sloop woningen gebouwd, Haarlemmerstraat 64-72.