- Ga direct naar: inhoud, hoofdnavigatie, service menu, zoeken
Pieterskerk

- Pieterskerk, foto Henk-Jan Sprokholt
Adres: Pieterskerkhof 1a
Datering: 14e-16e eeuw
Status: rijksmonument
De laatgotische Pieterskerk is van oudsher de hoofdkerk van Leiden. Als oudste godshuis van de stad kent ze een lange geschiedenis. Op de plaats van de kerk werd volgens de overlevering al in 1121 een kapelletje gesticht, gewijd aan Petrus en Paulus. Het was de hofkapel van de graven van Holland, die nabij het huidige Gravensteen resideerden.
Parochiekerk
Om in de religieuze behoeften van het snel groeiende Leiden te voorzien, werd de kapel in 1268 als eerste in de stad tot parochiekerk verheven. Later volgden de St. Pancras Kerk (nu bekend als Hooglandse Kerk) en de Onze-Lieve-Vrouwekerk.
De kerk vervulde naast een religieuze ook een belangrijke sociale functie in het dagelijks leven van de Leidenaren. Het was een verlengstuk van de straat. De deuren stonden altijd open en buurtbewoners namen de kortste weg van Herensteeg naar Pieterskerkstraat door de kerk.
Steigers
Overigens moet het gebouw een groot deel van de tijd (deels) in de steigers hebben gestaan; vanaf eind veertiende eeuw tot begin zestiende eeuw werd de van oorsprong romaanse Pieterskerk vervangen door een gotische kruisbasiliek. Het instorten van de klokkentoren in 1512 betekende een grote klap voor het bouwproject. Door economische tegenspoed werd het gewenste ontwerp uiteindelijk nooit helemaal voltooid. In 1565 kwam, na 180 jaar, een einde aan de bouw. De kerkklok kwam na het instorten van de toren te hangen in een klokkenstoel bij de kerk; de Kloksteeg heeft er zijn naam aan te danken.
Reformatie
Na de Reformatie in 1572 werd de katholieke Pieterskerk aangepast voor de protestantse eredienst. Altaren en kapelletjes werden verwijderd en de muren met een laag kalkpleister bedekt. Niet het altaar maar de preekstoel in het schip werd nu het centrale punt in de kerkinrichting. Ook na de reformatie bleef de kerk een belangrijke rol in de Leidse gemeenschap spelen. Dat bleek al direct toen na het ontzet in 1574 de Leidse bevolking in de Pieterskerk samenkwam voor een dankdienst. Tot op de dag van vandaag wordt die dankdienst jaarlijks op 3 oktober gehouden.
Kerkhuizen
In 1622 gaven de kerkmeesters opdracht tot de bouw van drie woonhuizen tegen de zuidzijde van de Pieterskerk. De verhuur van deze onderkomens moest een regelmatige bron van inkomsten opleveren. Uiteindelijk zouden er zo’n 24 kerkhuizen rond de kerk worden opgetrokken. Ze werden bewoond door de lagere middenklasse, waaronder een kleermaker, schoolmeester en deurwaarder. De koster mocht er ‘om niet’ wonen. De meeste zijn een ontwerp van stadsarchitect Arent van ’s-Gravesande. In de negentiende eeuw werd de helft van de kerkhuizen gesloopt. De twaalf overgebleven huizen rond het koor worden nog altijd bewoond.
Interieur
Het kerkinterieur herbergt een aantal waardevolle schatten. Een ontdekking waren de eeuwenoude en zeldzame zuilschilderingen onder een dikke laag witkalk op de zuilen in het koor. Het interieur van de Kerkmeesterskamer is sinds 1740 nauwelijks veranderd. Het geeft ons nu een beeld van de interieursmaak van de hoogste Leidse klassen uit het midden van de achttiende eeuw.
Sinds 1971 wordt de kerk niet meer gebruikt voor de protestante eredienst. In 1975 werd het beheer overgedragen aan de Stichting Pieterskerk Leiden. De stichting verhuurt de kerkruimte voor allerlei evenementen.