- Ga direct naar: inhoud, hoofdnavigatie, service menu, zoeken
Hooglandse Kerk (Pancraskerk)

- Hooglandse Kerk (Pancraskerk), foto Lotte Gielis
Adres: Hooglandse Kerkgracht 48-52
Datering: 14e-16e eeuw
Status: rijksmonument
De stadsuitbreiding op 'het Hogeland' in 1294 maakt de bouw van een nieuwe kerk in Leiden noodzakelijk. De stadsuitbreiding valt binnen de grenzen van de parochie Leiderdorp, maar met name in de wintermaanden is het ondoenlijk om in Leiderdorp ter kerke te gaan. In 1314 komt er een houten kapel, gewijd aan St. Pancras, een van de IJsheiligen. Al snel wordt zij echter vervangen door eenvoudig stenen kerkje. In 1366 wordt de Hooglandse Kerk verheven tot kapittelkerk en begint men met de bouw van een gotische kruiskerk op dezelfde plaats. Rond 1475 is het hoogkoor voltooid, rond 1500 gevolgd door het even hoge transept en de zijbeuken. Deze tonen de gotiek in haar hoogtijdagen: hoog oprijzend, ijl, met veel maaswerk. Door de grote glazen ramen kan het licht vrijelijk de kerk binnenstromen.
Bouwstop
Aan de voltooiing van een nieuw schip, dat men net zo hoog wil optrekken als het koor en transept komt men niet meer toe. In 1540 is het geld op, op 25 augustus 1566 woedt in Leiden de Beeldenstorm en daarna volgt de reformatie, die soberheid predikt. Het schip en de toren hebben daarom nog de oorspronkelijke, veertiende-eeuwse afmetingen. Vanaf de nabijgelegen Burchtheuvel is het verschil tussen de bouwdelen goed te zien.
Kerkhuizen
Op kleine schaal blijft men nog wel bouwen aan de kerk. In 1655 krijgt stadsarchitect Willem van der Helm opdracht een nieuw westportaal te ontwerpen. De huidige houten siergewelven komen er in 1842.
In de zeventiende eeuw verschijnen rond de kerk de karakteristieke kerkhuisjes. Er ontstaat ruimte voor de huisjes omdat de graven rondom de kerk worden geruimd. De huuropbrengsten vormen een belangrijke bron van inkomsten voor de kerk. De meeste huisjes vallen in de negentiende eeuw weer onder slopershand.
Interieur
Het interieur van de Hooglandse Kerk is rijk aan zeventiende-eeuws meubilair, waaronder een fraaie preekstoel (1604) en doophek (1632). Onder de grafstenen in het koor bevinden zich onder andere die van Justinus van Nassau, bastaardzoon van Willem van Oranje (overleden 1631), en zijn vrouw Anna de Merode (overleden 1634). Het monumentale orgel van De Swart en Van Hagebeer dateert uit de zestiende en zeventiende eeuw.